TBS en zo meer

Website beheer

Inloggen alleen voor beheerders van deze website.

Deel 1: Motivatie van het onderzoek naar de TBS

Venlo, 9 december 2013.

 Deel 1 van een serie over het Nederlandse TBS-stelsel

Inleiding en motivatie van mijn onder zoek naar de TBS.

Ruim 20 jaar geleden kreeg de toen 18 jarige adolescent met wiens lot ik nauw verbonden ben, gevangenisstraf en TBS opgelegd. Omdat ik meemaakte hoe hij in enkele maanden tijds afgleed tot zware criminaliteit was ik geheel overtuigd van de noodzaak tot behandelen en dus met de noodzaak tot observatie in het Pieter Baan Centrum (PBC). Uit het Pro Justitia (PJ) onderzoek bleek dat er, mede gezien de jeugdige leeftijd van deze “ first offender” een dringende indicatie bestond voor intensieve behandeling. Daarbij werd meegedeeld dat de behandeling zo snel mogelijk  diende te worden gestart. De binnen het Nederlandse TBS-stelsel geldende volgorde van gevangenisstraf, gevolgd door behandeling  in TBS kliniek (hierna Forensisch Psychiatrisch Centrum –FPC-) was mij niet bekend. Ik was aanvankelijk dan ook stomverbaasd toen bleek dat hij in de Penitentiaire Inrichting (PI) niet behandeld werd. Daarbij speelde ook mijn toenmalige beroep van internist een rol: uit geneeskundig oogpunt spreekt het vanzelf dat de zieke zo snel mogelijk na het stellen van de diagnose(s) de behandeling krijgt die past bij de aard en ernst van de aandoening.  Ik sprak mijn bezorgdheid (en verontwaardiging) over het uitstel van behandeling uit bij de aan de Penitentiaire Inrichting (PI) verbonden districtspsychiater, die meedeelde dat hem de middelen ontbraken om betrokkene te behandelen. Wat hij niet vertelde was dat de rechter (ook toen al) de mogelijkheid had om, indien medisch noodzakelijk, overplaatsing naar een TBS-kliniek te gelasten. Ook vertelde hij niet dat als betrokkene zou decompenseren  er mogelijkheden waren tot behandeling in een bijzondere behandelafdeling, zoals de FOBA en de IBA[1].  

Toen bij deze inmiddels 38 jarige man enkele jaren geleden de TBS beëindigd werd, was dit voor mij de aanleiding te starten met een onderzoek naar de ins en outs van het Nederlandse TBS-stelsel.

Bij mijn onderzoek, dat niet de pretentie heeft puur wetenschappelijk van aard te zijn maar ook de bedoeling heeft bij te dragen aan opinievorming rond het onderwerp TBS, gebruik ik de volgende informatiebronnen:  1. persoonlijke gesprekken en discussies bij voordrachten 2. medische/juridische wetenschappelijke literatuur en 3. overheidsstukken, krantenartikelen, correspondentie, Google(en) etc

Vanzelfsprekend  draait de kernvraag bij mijn onderzoek rond de executievolgorde, anders gezegd de volgtijdigheid,  van gevangenisstraf en behandeling in een FPC

 Enkele daarvan afgeleide vragen komen eveneens aan bod : wat is de reden waarom (alleen in Nederland) eerst gestraft en daarna pas behandeld wordt? Sinds wanneer wordt deze volgorde gehanteerd? Is er nooit aan getwijfeld of deze volgorde niet zeer nadelig is voor het effect van de behandeling en daarmee voor de veiligheid van de samenleving? De behandeling levert immers, zoals ook door de overheid met de mond beleden, evenals opsluiting een onmisbare bijdrage aan de veiligheid van de samenleving. Als uitstel al, wil zij effectief zijn, zeer ongewenst is een adequate behandeling uit te stellen, dus alles ervoor pleit om een adequate  behandeling aan te laten sluiten op



[1] FOBA: Forensische Observatie en Begeleidingsafdeling.

IBA: Individuele Begeleidingsafdeling

 

de inventarisatie van de psychische (en de somatische) problematiek, zijn er dan misschien juridische redenen die tot uitstel dwingen? Is uitstel van de behandeling in een FPC überhaupt legitiem?[1] Zie de lijst met mogelijke titels op p. 4.

Gesprekken

Uit de vele gesprekken en de enkele voordrachten die ik in de afgelopen jaren over dit onderwerp gehouden heb is mij gebleken dat ik in mijn aanvankelijke onbekendheid met het fenomeen van uitstel van behandeling niet alleen sta, maar dat dit bij vrijwel niemand bekend is. Niemand kent het bestaan van Penitentiaire Psychiatrische Centra (PPC), die bestemd zijn voor behandeling  van delinquenten met een minder gecompliceerde psychische stoornis /ziekte, maar die niet geschikt worden geacht voor de behandeling van degenen bij wie intensieve behandeling in een FPC geїndiceerd  is . Ook bleek dat iedereen ervan overtuigd is dat de kwaliteit van een medische behandeling voor iedere burger gelijk dient te zijn, of hij/zij nu justitiabel is of niet, en dat zulks betekent dat een tijdige toegang tot adequate zorg in een rechtsstaat ook voor gestraften gewaarborgd dient te zijn. Men is zich bewust van het feit dat uitstel van behandeling een succesvolle behandeling in de weg staat[2]. Men onderschrijft vervolgens de stelling dat dan ook de TBS gestelde tijdens de gevangenisstraf adequaat, dus in een FPC behandeld zou moeten worden.  Als men de gesprekspartners vervolgens ermee confronteert dat, als consequentie van een tijdige behandeling, de TBS gestelde, vaker dan thans het geval is, na de gevangenisstraf zal vrijkomen omdat het gevaar geweken of sterk verminderd is, dan treedt er een tweedeling op. een (kleine) minderheid vindt dat alleen desnoods levenslang opsluiten voldoende is om de veiligheid van de samenleving te waarborgen. Bij doorvragen blijkt dan telkens weer dat bij hen irrationele angstgevoelens overheersen. Een nog kleinere minderheid vindt dat uitsluitend “nooit meer vrijkomen” voor deze ‘monsters’ een gerechtvaardigde vergeldingis. Tenslotte zijn een aantal mensen helemaal niet bereid over deze zaken na te denken of te praten. Zij willen er doodeenvoudig niet mee geconfronteerd worden. Het is voor hen een àl te “inconvenient message ”. Nadat zij geїnformeerd zijn over het gegeven dat in de huidige situatie de duur van de vrijheidsbeneming bij TBS-gestelden na de gevangenisstraf  gemiddeld 10½ jaar bedraagt, vindt het merendeel  van mijn gesprekspartners dat dat een onrechtvaardige strafverzwaring is, en vindt men het acceptabel dat deze goed behandelde daders, onder voorwaarden, na de gevangenisstraf in vrijheid gesteld zouden moeten worden. Dit omdat naar hun mening een adequate behandeling (die dus per definitie tijdig gestart wordt) de kans vergroot  op een blijvende verbetering van het criminele gedrag. De voorwaarde is dat uit onderzoek (risicotaxatie) moet zijn gebleken dat het gevaar voor de samenleving verdwenen, of tot acceptabel niveau is teruggebracht. Bovendien is deze groep ervan te overtuigen dat iedereTBS-gestelde levenslang geven in een rechtsstaat geen alternatief is. Het is dit deel van mijn ‘publiek’ dat ervan overtuigd is dat er echtvaardig en streng gestraft moet worden, maar zij zijn er eveneens van overtuigd dat alleen (strenger) straffen niet helpt. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de uiteindelijke acceptatie zonder



[1] Zie de lijst met mogelijke titels  van bijdrage op p.4 deel 3 “Over de legitimiteit van het Nederlandse TBS-stelsel”

[2] Dat is dan ook de achtergrond van het toenemende zorgtoerisme: de (recent weer toenemend) lange wachtlijsten betekenen voor de zieke mens een onacceptabele want vermijdbare verlenging van lijden. Men zoekt dan ook in toenemende mate zijn heil in de ons omringende landen.

 

uitzondering eerst geschiedde na uitvoerige informatie mijnerzijds[1]. Dat is volgens mij tekenend voor de weerbarstigheid en de impopulariteit van mijn onderzoeksonderwerp.

Het Nederlandse volk niet geїnformeerd.

Het is verleidelijk om te bezien of de gegevens uit deze gesprekken en discussies min of meer representatief zijn voor wat  in het Nederlandse volk leeft ten aanzien van de TBS. Ik heb geen reden aan te nemen dat de Nederlander gemiddeld beter is geїnformeerd over de ins en outs van het TBS stelsel  dan mijn gesprekspartners. Hoe zouden zij ook geїnformeerd kunnen zijn waar Immers met name de executievolgorde van gevangenisstraf en behandeling in een FPC nooit, nergens en door niemand genoemd wordt. Ook en vooral niet door de overheid. Wat is, bij dit gebrek aan informatie, dan de basis voor de stelling van staatssecretaris Teeven dat het voortbestaan van het TBS-systeem afhankelijk is van het behoud van voldoende draagkracht in de samenleving[2]? Als de samenleving, cq. de stem des volks, het draagvlak moet vormen voor het behoud van de TBS dan dient het volk toch op z’n minst voldoende kennis hebben; een kennis die berust op niet-gemanipuleerde informatie. De overheid verzaakt (bewust ?) in deze volledig  en de media geven, met enkele uitzonderingen, oppervlakkige, gekleurde en tendentieuze informatie[3]. Het Forum TBS, een stichting die zich ten doel stelt het imago van de TBS te verbeteren, zou kunnen bijdragen aan het voorzien in deze informatie-leemte en op die wijze ook kunnen bijdragen aan het bereiken van een beter imago van de TBS.                                                                                                                                                                                                                      

Behandeling helpt; strenger straffen niet.

Dat deel van ‘mijn publiek’ dat ervan overtuigd is dat behandeling helpt bij het bevorderen van de veiligheid, heeft die overtuiging ondanks de wetenschap dat die veiligheid nooit 100 % geborgd kan worden. Die mening wordt gedeeld door  de meer dan 70.000 Nederlanders  die het burgerinitiatief van dhr. Donkersteeg[4]ondertekend hebben. In dit initiatief wordt ervoor gepleit meer TBS kandidaten daadwerkelijk te behandelen omdat anders teveel gestoorde criminelen onbehandeld in de samenleving terugkeren. Deze ‘stem des volks’ pleit nu eens  niet voor strengere straffen. De overheid representeert echter uitsluitend de wil van dat deel van het Nederlandse volk dat om uiteenlopende reden, zoals angstgevoelens of  ongebreidelde vergeldingsdrang, niet wil dat recht gedaan wordt aan die gestraften bij wie de psychische stoornis heeft bijgedragen aan het plegen van het delict. Het overwegend



[1] Daarbij was onder meer ook veel informatie nodig over het gegeven dat, in tegenstelling tot de “normale” medische behandeling, de behandeling die gegeven wordt binnen een justitieel kader een tweeledig doel heeft. Namelijk de individuele behandeling van de zieke mens en daarnaast en vooral het doel de veiligheid van de samenleving te bevorderen. Ook is bij vrijwel niemand bekend wat de rol is die de verlengingsregeling (die het de rechter mogelijk maakt elke twee jaar de vrijheidsbeneming te continueren) speelt in de borging van de veiligheid.

[2] Kamerstuk 29452 nr. 139. Verslag van een algemeen overleg vaste commissie voor Veiligheid en Justitie met staatssecretaris Teeven op 24 maart 2011. p. 16

[3] “Ontsnappen aan medialogica. TBS inde maatschappelijke beeldvorming” Advies Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Mei 2006.

[4] Dhr Donkersteeg, vader van zijn door twee criminelen sexueel misbruikte jonge dochter, nam dit burgerinitiatief  omdat een van de twee daders onderzoek door het NIFP weigerde waardoor hij geen TBS kreeg opgelegd, en bijgevolg niet behandeld werd. Hij en alle ondertekenaars waren van mening dat hiermee de veiligheid van de samenleving niet gediend was en pleitten dus voor pogingen om méér psychisch gestoorde daders te behandelen, indien nodig onder dwang. 

repressieve beleid van de overheid komt dan ook uitsluitend tegemoet aan de disproportionelevergeldingsdrang, zoals die vooral bij het gemanipuleerde en populistische deel van politiek en publiek wordt aangetroffen.  De vergeldingsdrang is mijn inziens het verscholen moeitef achter de veiligheidsbehoefte. Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van de Nederlandse bevolking, na voldoende informatie, nèt als mijn toehoorders, zou kiezen voor een weg die leidt tot een optimale (niet een maximale) beveiliging van de samenleving. Een weg die eveneens leidt tot rechtvaardige(r) straffen. Dit thema wordt verder uitgewerkt in de delen 5 en 6 van de serie (zie p. 4).

Uitbreiding van onderzoek

Gaandeweg mijn onderzoek kwam ik steeds weer opnieuw in aanraking met andere facetten van het Nedelandse TBS-systeem, die op zich weer aanleiding gaven tot uitbreiding van onderzoek, zoals blijkt uit de opsomming van titels hieronder.

Zo bleek bijvoorbeeld al snel na de start van mijn literatuur onderzoek dat de Nederlandse executievolgorde uniek is binnen de ons omringende landen. Zie deel  7 p. 4.  Weliswaar is in vele landen het zoeken naar het evenwicht tussen het strafrecht, het gezondheidsrecht en de borging van de veiligheid een probleem, maar steeds wordt de behandeling van de psychisch gestoorde/zieke (maar niet volledig ontoerekeningsvatbare) pleger van een ernstig zeden- en/of geweldsdelict ófwel tijdens het verblijf in de PI uitgevoerd[1], ófwel telt de tijd doorgebracht in een behandelinstelling mee als straftijd[2]. Dat laatste wordt verwoord in het advies van de commissie Fokkens (1993)[3] die adviseerde de volgorde van straf en behandeling om te keren. Het doel van het TBS-stelsel was en is nog steeds terugkeer in de samenleving indien het gevaar uitgaande van de TBS-gestelde, in voldoende mate geweken is. Uitsluitend in Nederland wordt sinds het schrappen (2010) van de zogenaamde Fokkens regeling (1997)[4] de gevangenisstraf voor tweederde  uitgezeten (de datum van voorwaardelijke invrijheidsstelling -de VI datum-), vooraleer een adequate behandeling in een FPC gestart wordt. Het is merkwaardig dat, hoewel in de literatuur herhaaldelijk gemeld wordt dat (de kwaliteit van de medische behandeling in) de Nederlandse TBS-kliniek bewondering verdient, in geen enkel ander land de Nederlandse executievolgorde  wordt overgenomen. Die volgorde blijft uniek Nederlands. De reden zou kunnen zijn dat uitstel van adequate behandeling in alle ons omringende landen als medisch onacceptabel gezien wordt en de voortzetting van de vrijheidsbeneming na de straf als onrechtvaardig, zoal niet als onrechtmatig, tenzij het gevaar voor recidive van een ernstig delict te groot blijkt te zijn[5].



[1] .”Gewelds- en zedendelinquenten met een psychische stoornis. Wetgeving en praktijk in Engeland, Duitsland, Canada, Zweden en Belgie”. C.H. de Kogel, M.H. Nagtegaal. WODC 2006 B oom Juridische uitg. Den Haag

[2]De PI kan dan gezien worden als een “ behandelgevangenis”, een term die ook in de Nederlandse literatuur sporadisch opduikt. Als wij die term gebruiken dan zijn er anno 2013 daarvan twee types:  de behandelgevangenis type PPC en het type FPC.  

[3] “Sancties op maat” eindrapport van de Commissie Sanctietoepassing Geestelijk Gestoorde Delinquenten (Commissie Fokkens) 1993

[4] In het kader van de Fokkens regeling (1997) werd de TBS-gestelde na ommekomst van 1/3de van zijn gevangenisstraf overgeplaatst naar een FPC. Dit werd de ‘tussenoplossing’ genoemd.

[5] Duitsland: de ‘nachträgliche Sicherheitsverwahrung’.

 

Serie bijdragen.

Het kan dan ook geen verwondering wekken dat ik bij mijn onderzoek meer dan eens uitkwam bij de rol van de overheid. Dit moge blijken uit de titels van de komende bijdragen.

Na de beschrijving van de motivatie voor mijn onderzoek en de inleiding in deel 1 komt in deel 2  de kernvraag over de executievolgorde en de consequenties daarvan aan de orde (“Is eerst straf, dan pas behandelen uit medisch oogpunt een bedreiging voor de veiligheid van de samenleving?”). Daarnaast  heb ik mij ook bezig gehouden met de vraag of het Nederlandse TBS-systeem discriminerend is en in onderdelen strijdig met nationale en internationale rechtsbeginselen ( deel 3:  “Over de legitimiteit van het Nederlandse TBS-systeem”).  Deel 4 handelt over: “Het schrappen van de Fokkens regeling’ een gemiste kans” (de kans die er was om de executievolgorde  van straf en behandeling èn de volgorde PPC en FPC om te keren, indien het oorspronkelijke advies van GGZ Nederland dienaangaande was gevolgd). deel 5 “Overheid en TBS, de onmacht van de macht” (over het onvermogen of de onwil van de overheid om andere dan repressieve of zogenaamde beheersmaatregelen te treffen). Alternatieve titel: “Overheid en TBS: een wurgende omhelzing” . Deel 6 “Over het draagvlak voor de TBS: authentiek of gemanipuleerd ?”. Deel 7 ”Straf en behandeling van psychisch gestoorde delinquenten in 9 westerse landen”. Over het unieke fenomeen van de Nederlandse executievolgorde. Deel 8: “Volgtijdigheid van straf en behandeling tussen 1920 en nu.  Rol van de administratie” . Over het fenomeen dat het de administratie is die in 1920 deze executievolgorde feitelijk heeft ingevoerd en tot nu toe verdedigd.  Volgorde en titelszijn uiteraard niet definitief.

Ik hoop op de site van Forum TBS samenvattingen van deze bijdragen te kunnen plaatsen. Voor reacties:  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

 V. Verstappen[1]

Venlo, 9 december 2013.

 



[1] Victor Verstappen maakt deel uit van de kerngroep van Forum TBS op grond van zijn kennis van de geneeskunde (hij is oud-internist), zijn betrokkenheid bij een ex-TBS-gestelde en zijn volledige onafhankelijkheid.