TBS en zo meer

Website beheer

Inloggen alleen voor beheerders van deze website.

Vervroegd vrijkomen tbs'ers gevolg van excutievolgorde van straf en behandeling

Op 31 juli 2012 sprak het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uit dat de TBS-maatregel na vier jaar alleen kan worden verlengd als er sprake is van een geweldsdelict en dit ook uitdrukkelijk in het vonnis is gemotiveerd. De Taskforce TBS heeft 2400 dossiers van TBS-gestelden onderzocht. In 59 gevallen is betrokkene reeds langer dan vier jaar in TBS en heeft de rechter destijds niet uitdrukkelijk en gemotiveerd aangegeven dat er sprake is geweest van geweld. Voor plegers van geweldsdelicten geldt deze beperking tot vier jaar niet. 52 TBS'ers zijn korter dan vier jaar in TBS. De 59 personen, die als gevolg van deze uitspraak van het EHRM in vrijheid gesteld moeten worden voordat hun behandeling beeindigd is, vormen mogelijk een gevaar voor de veiligheid van de maatschappij.

In Nederland wordt een unieke volgorde van straf en maatregel van TBS gehanteerd: eerst gevangenisstraf, daarna pas behandeling in een TBS-kliniek. In alle ons bekende landen is deze volgorde omgekeerd of wordt de behandeling tijdens de gevangenisstraf uitgevoerd. Dit op grond van regels uit het gezondheidsrecht die leren dat iedere burger in gelijke mate recht heeft op een kwalitatief goede en dus tijdige behandeling, ongeacht zijn status van vrije burger of delinkwent.
Wij pleiten mede om deze reden ervoor om ook in Nederland de psychisch gestoorde/zieke delinkwent tijdig, op het gewenste kwaliteitsniveau, te behandelen, omdat dit mede ten goede komt aan de veiligheid van de samenleving.
Was daarvan nu reeds sprake geweest dan zou de uitspraak van het EHRM overbodig zijn geweest en dus niet gedaan zijn. Het zou dan immers vrijwel niet voorkomen dat een behandelde justitiabele vier jaar na het einde van de gevangenisstraf nog (in onvrijheid) in een TBS-kliniek verblijft. Thans verblijft een TBS-gestelde ongeveer 10 jaar na het einde van de straf nog in een kliniek en dat wordt door iedere betrokkene en betrokken instanties (behalve de overheid) als een onrechtvaardige strafverzwaring gezien.

De huidige en vroegere bewindslieden van het Ministerie van (Veiligheid en) Justitie hebben het dus aan zichzelf te wijten dat dit problemen ontstaan is. Uiteraard is het zinvol om in toekomstige zaken te voldoen aan het motiveringsvereiste, maar dat neemt niet weg dat het beter lijkt ervoor te zorgen dat een dergelijke uitspraak niet meer nodig is, zodat Nederland niet opnieuw door het EHRM geinformeerd en op de vingers getikt moet worden over "weeffoutjes" in de wet- en regelgeving betreffende het TBS-systeem, zoals bijvoorbeeld het bovengenoemde uitstel van behandeling.